|
Een Winderige Dag.
Knorretje
woonde midden in het bos, in een prachtige woning. Op een winderige dag veegde
hij de afgevallen bladeren weg die voor zijn deur lagen.
Net toen het laatste blad
weggeveegd was, blies de wind Knorretje de lucht in. "Fijne waaidag,"zei Poeh.
"Voor mij is dit niet zo'n
fijne dag", gilde Knorretje terwijl een windstorm hem in de lucht tilde. "Waar ga je naar toe?"
schreeuwde Poeh, terwijl hij achter zijn vriendje aan rende.
"Dat vraag ik me ook af,"
antwoordde Knorretje. "Waar?"
"En wat is het antwoord?"
vroeg Poeh en hij greep norretje vast bij zijn sjaal voor hij helemaal weg
vloog.

De wind blies Knorretje over
Kanga's huis. Kanga hupte net naar de brievenbus. "Kijk, mamma", zei Roe, die
over de rand van Kanga's buidel gluurde.
"Een vlieger!"
"Dat is geen vlieger", zei
Kanga. "Dat is Knorretje".
Poeh stopte met een schuiver
vlak voor hun neus. "Fijne waaidag, Kanga", zei Poeh. "Fijne waaidag, Roe."
"Mag ik ook eens met
Knorretje vliegeren, Poeh?" vroeg Roe. Maar Poeh en Knorretje waren
al verder gevliegerd.
Toen Knorretje eindelijk
opnieuw naar beneden durfde te kijken, zag hij Eeyore onder zich. Eeyore
herstelde zijn huis, wat door de wind kapot gewaaid was.
De
laatste stok zat net op zijn plaats toen Poeh, die nog steeds Knorretje
vasthield, het huis ramde. "Fijne waaidag, Eeyore",
riep Poeh voor hij en Knorretje opnieuw voorbij zoefden.
"Bedankt
voor jullie bezoek", riep Eeyore terug.
Een beetje verderop was Konijn in zijn
moestuin aan het werken. "Een prima dag om de oogst binnen te halen", zei hij en legde een grote oranje
wortel in zijn kar.
Toen zag hij Poeh en Knorretje in volle vaart op hem afkomen.
"O, nee!"schreeuwde Konijn, wild met zijn armen zwaaiend.
"Fijne waaidag, Konijn", riep Poeh en hij woelde een hele rij wortelen om.
"O, ja!", grinnikte Konijn, toen de sappige, rijpe wortelen automatisch in zijn
kruiwagen belandden.
Intussen blies een felle windvlaag Knorretje pardoes tegen het raam van Uil.
"Wel ik zou zo zeggen", zei Uil, met ogen zo groot als schoteltjes, "dat
iemand Knorretje tegen mijn raam heeft geplakt".
Toen verscheen Poehs gezicht naast dat van Knorretje en Uil nodigde hen uit om
binnen te komen.
"Fijne waaidag, Uil", zei Poeh.
"Waaidag?"kraste Uil. "Beste vriend, zo ver zou ik niet durven gaan. Het is maar
een licht briesje. Niet zoals de grote storm van zevenenzestig....."
"Excuseer me, Uil, maar zit er nog honing in die pot?" vroeg Poeh met een
hongerige blik op de honingpot die op tafel stond.
Terwijl Uil verder ging met zijn verhaal, zuchtte Poeh van geluk.
Samen met Knorretje zat hij veilig in het huis van Uil, met een heleboel lekkers
voor zijn neus. Wat een prachtig einde van een stormachtige dag.
Terug /
volgende verhaal.
|